Kleine sportverenigingen hebben zorgen over de toekomst

Bekijk snel de resultaten

Van de kleine sportverenigingen in Fryslân ziet 45% de ontwikkeling van het ledental op korte of langere termijn als een bedreiging voor de toekomst. Door onder andere vergrijzing, krimp en individualisering zijn zij bang dat er in de toekomst niet genoeg leden zijn om te blijven voortbestaan. Bij grote verenigingen is dat aandeel 12%. Ook op andere aspecten ondervinden kleine verenigingen meer problemen dan grote verenigingen, zoals bijvoorbeeld financiën. Dit blijkt uit gezamenlijk onderzoek van Sport Fryslân, het Fries Sociaal Planbureau (FSP) en het Mulier Instituut.

Ontwikkeling ledental bedreiging voor toekomst van de club naar grootte van de vereniging (%)

Bron: Onderzoek naar Friese sportverenigingen 2018, bewerking FSP

Onderzoek naar Friese sportverenigingen

Begin 2016 en eind 2017 is een vragenlijst uitgezet onder alle Friese sportverenigingen om in kaart te brengen hoe het met ze gaat. In totaal hebben 405 Friese verenigingen meegedaan. Het onderzoek voorziet gemeenten, sportverenigingen en andere organisaties van informatie, waardoor zij betere keuzes kunnen maken voor de sportverenigingen nu en in de toekomst.

Kleine verenigingen minder organisatiekracht

Van de kleine sportverenigingen heeft 60% voldoende organisatiekracht en van de grote verenigingen is dit 79%. Organisatiekracht is de mate waarin een sportvereniging in staat is haar sportaanbod te organiseren voor haar (potentiële) leden en bestaat uit vijf criteria: leden, kader (arbitrair, bestuurlijk en sporttechnisch), accommodatie, beleid en financiën. Te weinig organisatiekracht kan leiden tot zorgen over het voortbestaan van de vereniging.

Open club gedachte verbindt

De open club gedachte is ontwikkeld door NOC*NSF. Een open club kenmerkt zich door een open houding en is een ontmoetingsplek waarbij leden, bezoekers en buurtbewoners samen kunnen sporten en bij de vereniging betrokken kunnen zijn. Een open club is ondernemend en is voortdurend in beweging. Zij denkt vraag- en buurtgericht, gaat steeds opnieuw na wat de behoeften zijn en speelt daarop in. Ook staan deze clubs open voor samenwerking en wordt gestreefd naar een goede bezettingsgraad van de accommodatie. Dit kan leiden tot ledenbinding, meer ‘reuring’ op de club en continuïteit van het bestaansrecht. Een kwart (24%) van de grote Friese sportverenigingen werkt vanuit de open club gedachte. Van de kleine sportverenigingen is dit 12%.

Bekijk de interactieve cijfers

Direct contact

Wilt u meer informatie over de toepassing van het onderzoek in de praktijk?

Neem contact op met onze helpdesk voor sportverenigingen: