Buitenspeel spelletjes

Buitenspelen is dé manier om lekker in beweging te komen en samen plezier te maken. Met simpele en leuke spelletjes in de frisse lucht ontdekken kinderen hoe leuk het is om actief bezig te zijn.

Of je nu samen speelt met vriendjes, vriendinnetjes of nieuwe maatjes maakt op het speelveld — buitenspelen brengt kinderen in beweging en dichter bij elkaar. Op deze pagina vind je volop inspiratie met spelletjes die uitnodigen om naar buiten te gaan en samen te spelen: voetje van de vloer, landje veroveren, limbodansen, stoeprandje butsen, flessenvoetbal en touwtje springen.

Voetje van de vloer

  • Benodigdheden: voldoende mogelijkheden om de voetjes van de vloer te doen (banken, klimtoestellen…)
  • Aantal deelnemers: vanaf 4 spelers
  • Leeftijd: vanaf 4 jaar (met toezicht)

Korte uitleg

Blijf uit handen van de tikker!
Sta je met beide voeten van de grond, dan ben je veilig. Word je getikt? Dan help je mee met tikken.

Het spel

  • Dit tik spelletje gaat hetzelfde als tikkertje alleen mag een speler niet getikt worden als hij beide voeten van de vloer heeft.
  • Door ergens op te klimmen, op de grond te gaan liggen of te gaan zitten met de voeten in de lucht, is de speler gedurende 3 tot 5 seconden vrij. De tikker mag overigens niet blijven wachten bij een speler.
  • Wordt de speler getikt, dan is hij af en moet hij de tikker helpen totdat iedereen afgetikt is.

Varianten
Spreek met elkaar spelregels af wanneer er niet getikt mag worden. Bijvoorbeeld als je op 1 been staat, hinkelt, met je benen gekruist staat, iets roods vast hebt enzovoort.

Om het spel makkelijker te maken kan afgesproken worden dat
iedereen 5 seconden vrij is in plaats van 3 seconden.

Om het spel moeilijker te maken mag er niets aangeraakt worden!

Veiligheid
Zorg voor voldoende speelruimte die kindvriendelijk is, dus waar geen gevaarlijke klimtoestellen of scherpe voorwerpen en dergelijke zijn.

Landje veroveren

  • Benodigdheden: Krijt of stok
  • Aantal deelnemers: vanaf 2 spelers
  • Leeftijd: vanaf 6 jaar, met scherpe stok vanaf 10 jaar

Korte uitleg

Teken een grote cirkel en verdeel die in gelijke stukken: elk stuk is een land. Kies je gebied en probeer zoveel mogelijk andere landen te veroveren!
Ren, ontwijk en tik anderen zodra er “stop!” wordt geroepen. Blijf slim bewegen en zorg dat je niet getikt wordt. Wie verovert uiteindelijk het grootste rijk?

Voorbereiding

  • Teken in het zand met een stok, of op de straat met krijt een ruime cirkel en verdeel deze in stukken. Dit zijn de landen. Let op dat de landen allemaal gelijk verdeeld zijn. De beste manier is om vanuit het midden lijnen te trekken en zo de verdeling te maken. Zorg er altijd voor dat de landen groot genoeg zijn om in rond te kunnen rennen.
  • Elke speler kiest een land uit welke hij wil zijn en schrijft de naam van het land in zijn stuk.
  • Teken in het midden een kleinere cirkel en schrijf er ‘Niemandsland’ in.

Het spel

  • Iedereen gaat in zijn land staan en mag om de beurt een land veroveren.
  • De veroveraar rent drie rondjes door alle landen heen. De anderen vluchten uit hun land, maar blijven binnen de grote cirkel, totdat de ‘veroveraar’ ineens ‘stop’ roept. De spelers moeten dan stoppen met rondrennen en op hun plek stil blijven staan. De veroveraar gaat in zijn land staan en probeert de vluchters vanuit zijn stuk aan te raken. De spelers die in hun eigen land staan, mogen niet getikt worden! Hij mag ook proberen de vluchters vanuit Niemandsland aan te raken. Hoe hij dit doet, bijvoorbeeld liggend of met 1 hand of voet nog in eigen land, maakt niet uit.
  • Zodra een speler getikt is, wordt er een cirkel om zijn voet gezet. Hierin komt de naam van het land van de veroveraar te staan. De speler die getikt is door de veroveraar gaat daarna weer in zijn eigen land staan.
  • De veroveraar is nog niet klaar, want hij wil nog meer landen veroveren! Hij geeft het commando om te lopen en de vluchters moeten nu proberen weer veilig in hun land te komen. Hij probeert de vluchters die in de buurt komen te tikken. De ‘vluchters’ moeten dus altijd proberen niet getikt te worden door de veroveraar en mogen ook grote sprongen maken om weer in hun eigen land terecht te komen of te lopen via de veroverde landjes.
  • Is iedereen weer terug in zijn eigen land? Dan begint het spel weer van voren af aan en mag een andere speler de veroveraar zijn. Het doel van de veroveraar is een zo groot mogelijk gebied te veroveren.
  • Buiten de landen of lijnen vluchten is verboden!

Varianten:
Variant 1

  • Allereerst wordt er met krijt één groot vierkant op straat getekend, dat verdeeld wordt in vier even grote vakken. Deze krijgen een naam van een land, zoals Nederland, Frankrijk, Duitsland en Engeland. De spelers kiezen een land uit dat zij moeten ‘verdedigen’ en gaan voordat het spel begint in het midden van het vierkant staan.
  • Eén van de spelers roept: “ik verklaar de oorlog aan…” en noemt één van de drie andere landen. Als de naam van het land wordt genoemd, springt iedereen uit het midden en komt op een bepaalde plek in zijn eigen land te staan. De speler uit het land aan wie de oorlog is verklaard, moet dan vanuit eigen land de anderen proberen te raken in hun land. De andere landen mogen niet meer bewegen nadat zij vanuit het midden op een plek in land zijn gaan staan. De spelers die in hun land zijn geraakt, zijn een stuk land kwijt. Met een krijtje wordt aangegeven hoeveel de veroveraar van dat land heeft ingenomen (bijvoorbeeld de grootte van een voet).
  • Als de veroveraar niet meer verder kan, mag hij de oorlog verklaren aan een ander land. Iedereen staat dan in eigen land op een niet veroverd stuk, zo dicht mogelijk in het midden bij de andere landen.
  • Het spel gaat verder totdat een speler gedeeltes van alle landen heeft ingenomen. Hij is de winnaar!

Variant 2: scherpe stokvariant

  • Het doel van dit spel is om een zo groot mogelijk gebied te veroveren.
  • Teken een cirkel in het zand en trek vanuit het middelpunt lijnen om de cirkel in even grote stukken te verdelen. Iedere speler krijgt van de cirkel zijn eigen stuk land. Spreek een plek af vanaf waar gegooid moet worden en trek hier een lijn in het zand. Tijdens het spel moeten alle spelers buiten de cirkel blijven (ver achter of naast de werper).
  • Iedere speler heeft zijn eigen stok en mag deze om beurten in een vlak van de tegenstander proberen te werpen. Als de stok is gegooid, wordt vanaf beide uiteinden van de stok een lijn getrokken naar het eigen stuk land. Dit is het veroverde gebied.
  • Het is zelf te bepalen wanneer het spel eindigt. De speler met het grootste veroverde gebied heeft gewonnen.

Veiligheid
Speel op een kindvriendelijk terrein, met zo min mogelijk verkeer en voldoende ruimte. Ga met de scherpe stokvariant op voldoende afstand staan van elkaar, sta niet in het gebied waarin met de stok geworpen wordt! Zorg dat er niet wordt gespeeld met een te scherpe stok.

Limbodansen

  • Benodigdheden: Stok, touw of lint, eventueel twee palen of bomen, muziek
  • Aantal deelnemers: vanaf 3 spelers
  • Leeftijd: vanaf 6 jaar

Korte uitleg

Probeer zo soepel mogelijk onder de limbo door te dansen! Na elke ronde zakt de lat een stukje lager…

Wie hem raakt of er niet meer onderdoor kan, ligt eruit.

Het spel

  • Limbodansen kan zowel binnen als buiten gespeeld worden. Twee personen houden de ‘limbo’ vast, dit kan een stok, touw of lint zijn, waarbij aan beide uiteinden iemand staat. De stok hangt dan nog vrij hoog, bijvoorbeeld op borst- of buikhoogte.
  • De dansers staan in een rij voor de limbo. Als de muziek begint te spelen, probeert de eerste danser die aan de beurt is onder de limbo door te gaan. Dit doet hij door zover mogelijk achterover te buigen, waarbij eerst de benen en als laatste het hoofd onder de stok doorgaat. Dan is de volgende aan de beurt.
  • De limbo gaat na elke ronde een stukje omlaag. Degene die als eerste de stok raakt of er niet meer onderdoor kan, is af. Degene die als laatste overblijft, is de winnaar!

Kies een leuk muziekje uit, dat houdt de sfeer erin!

Varianten
Bind het touw aan twee palen, pilaren of bomen, zodat niemand het touw hoeft vast te houden. Laat het touw na iedere ronde zakken.

Veiligheid
Forceer het lichaam niet en zorg voor een ‘zachte’ ondergrond, zodat niemand zich kan bezeren.

Stoeprandje butsen

  • Benodigdheden: 2 tegenover elkaar liggende stoepranden, bal
  • Aantal deelnemers: 2 spelers
  • Leeftijd: vanaf 10 jaar

Korte uitleg

Gooi de bal zo dat hij precies op de stoeprand aan de overkant komt.
Raak je goed, dan verdien je punten en mag je nog een keer gooien!
Mis je, dan is de ander aan de beurt. Speel door tot iemand het afgesproken aantal punten haalt.

Het spel

  • Zoek een straat op met stoepranden of hoekige trottoirbanden. De spelers staan op de stoep aan weerszijden van de straat en proberen de bal precies op de stoeprand aan de overkant te gooien. Bepaal vooraf de puntentelling.
  • Als de bal terugrolt, stuitert of vliegt bij het ‘butsen’ tegen de stoeprand, dan levert dat bijvoorbeeld 3 punten op en mag de werper nog eens gooien. Wordt deze niet geraakt, dan is de ander aan de beurt.
  • Er wordt gespeeld tot een speler een bepaald aantal punten heeft bereikt. Daarna kan er van kant gewisseld worden, maar dat hoeft niet.

Varianten
Als de bal de stoeprand raakt en terugvliegt zonder de grond te raken, mag de werper er op af lopen om de bal in de lucht te vangen. Als dat lukt, mag er nog eens worden gegooid vanaf die plek waar de bal gevangen is.

Maar als de speler de bal niet vangt mag de tegenstander de bal pakken en snel tegen de andere speler aan gooien. Als het raak is, nog voordat de andere speler op zijn eigen stoep is teruggekeerd, gaan de punten van de getroffene naar de ander.

Veiligheid
Zoek een rustige straat op waar weinig verkeer is.
Kijk bij elke worp uit voor verkeer en passanten.

 

Flessenvoetbal

  • Benodigdheden: per deelnemer 1 gevulde plastic fles water zonder dop, een voetbal
  • Aantal deelnemers: vanaf 2 spelers
  • Leeftijd: vanaf 5 jaar

Korte uitleg

Ren naar de bal en probeer de flessen van anderen om te schoppen. Maar let op: ondertussen moet je ook je eigen fles beschermen!
Wordt jouw fles omgeschopt, dan moet je eerst de bal halen. Wie het meeste water overhoudt wint.

Het spel

Dit actieve spel kan met twee of meerdere personen worden gespeeld. Een ruime tuin is een ideale plek om dit spel te spelen, maar ook het schoolplein of een ander speelplein is hier uitermate geschikt voor!

Alle spelers vullen een fles met water en zetten deze ergens neer. De doppen moeten van de flessen afgedraaid zijn. De bal ligt in het midden, zodat iedereen er gemakkelijk bij kan.

  • Eén van de spelers geeft een seintje waarop alle spelers bij hun fles
    mogen weglopen om de bal te pakken.
  • Heeft een speler de bal, dan moet hij met de bal tegen de fles van de ander proberen te schoppen en tegelijkertijd zijn eigen fles verdedigen. Let op want alleen de fles raken is niet genoeg! De fles moet met de bal omgeschopt worden, zodat het water eruit loopt.
  • De speler van wie de fles is omgeschopt moet eerst de bal halen en mag daarna pas zijn fles weer rechtop zetten. Daarna mag deze speler de bal weer in het spel brengen.
  • Degene van wie de fles leeg is, is af. De speler die het meeste water over heeft of als laatste nog water in zijn fles heeft, is de winnaar!

Varianten

Variant 1

Speel het spel in plaats van met flessen eens met paaltjes (bakstenen of houten
blokken).

In deze voetbalvariant moet iedereen zijn paaltje bewaken en tegelijkertijd proberen dat van andere spelers omver te schieten. Is zijn eigen paaltje omgevallen, dan krijgt hij een strafpunt of wordt voor een paar minuten het veld uitgestuurd. Niemand mag langer dan een halve minuut bij zijn eigen paaltje blijven tenzij hij wordt aangevallen natuurlijk!

Variant 2

Alle spelers blijven achter hun eigen fles staan, zonder rond te lopen. Er wordt om beurten op de fles van de ander geschoten.

De bedoeling is om van een afstand zo goed mogelijk de fles van de ander te raken, zodat deze omvalt. Heeft iedereen nog genoeg energie over? Voeg dan een extra bal aan het spel toe!

Veiligheid

  • Speel op een terrein waar weinig verkeer is en uit de buurt van breekbare en waardevolle spullen. Houd de bal laag bij het schieten!
  • Speel met plastic flessen, niet van glas.
  • Richt op de fles en op de paaltjes, niet op elkaar!

Touwtje springen

  • Benodigdheden: (spring) touw
  • Aantal deelnemers: vanaf 1 speler
  • Leeftijd: vanaf 4 jaar (met toezicht)

Korte uitleg

Zwaai het touw over je hoofd en spring op het juiste moment.
Doe verschillende sprongen en probeer zo lang mogelijk door te gaan.
Speel alleen of samen en wissel af bij een fout.
Met meerdere spelers wordt het nog leuker en uitdagender!

Beginnen met springen

  • Een touw van ongeveer 2 meter lang is ideaal om alleen touwtje mee te springen. Een luxe springtouw heeft handvatten van hout of plastic waarin het touw kan ronddraaien.
  • Wanneer je alleen touwtje springt, houd dan in iedere hand het uiteinde van het touw vast en hang het van achteren tegen je hakken aan om de lengte van het touw te bepalen.
  • Zwaai het dan in een boog over je hoofd. Zodra het touw de grond raakt, spring je omhoog zodat het touw kan doordraaien.

Manieren van springen

  • De sprong wordt een aantal keren herhaald en kan met twee voeten tegelijk of met één voet gedaan worden. Het is ook leuk om lopend te springen.
  •        Als het touw tegen je voeten aankomt, ben je helaas af en kun je opnieuw beginnen.

Samen springen

  • Het spel kan ook met twee personen gespeeld worden. Dan gaan de spelers naast elkaar staan, houden ze ieder een eind van het touw vast en dan springen ze tegelijk.
  • Probeer ook eens één uiteinde van het touw aan een paal vast te binden. Eén speler draait dan het touw rond, terwijl de ander springt. Maakt de springer een voetfout, dan wordt er van plaats gewisseld.
  • Een touw van ongeveer 5 tot 10 meter lengte is ideaal om met meerdere spelers te springen.

Varianten

Alles doen wat moedertje doet

Als er meerdere spelers zijn, is ‘alles doen wat moedertje doet’ een leuk spel waarbij twee spelers het touw ronddraaien en anderen in een rij achter hun ‘moedertje’ staan.

Het moedertje springt in, zingt een liedje en springt uit. Dan is de volgende aan de beurt en zingt hetzelfde liedje.

Het spel gaat zo verder totdat iemand het touw raakt. Deze speler moet dan van plaats verwisselen met één van de draaiers en dan begint het spel opnieuw.

Eénen volgen

Dit spel kan ook gedaan worden met de variant ‘éénen volgen’.

Dan draaien twee spelers het touw, springen anderen één keer in en weer uit tot dat iedereen geweest is. Dan springen de spelers twee keer in en weer uit (tweeën volgen) en zo gaat het spel door.

Een speler die het spel verbreekt en ‘mis’ springt, wisselt van beurt met een draaier.

Schommel het bootje

Het touw hoeft niet altijd mooi rondgedraaid te worden. Het kan namelijk ook met een flauwe bocht heen en weer geslingerd worden. Dit wordt ‘schommel het bootje’ genoemd.

Het is dan moeilijker voor de spelers om in te springen. Zij moeten om de beurt tweemaal springen en er dan weer uitgaan.

Is niemand af? Dan wordt het spel herhaald door het touw na elke ronde hoger van de grond te houden totdat iedereen af is, op één speler na.

Draaimolen

Ook de variant ‘draaimolen’ is leuk om met meerdere spelers te doen.

Eén speler houdt het eind van een lang touw vast. Het andere uiteinde wordt niet vastgehouden. De andere spelers staan er in een cirkel omheen, met een straal die iets kleiner is dan de lengte van het touw. De speler in het midden draait het touw heel snel en laag over de grond, zodat andere spelers eroverheen kunnen springen.

De speler die te laat springt en het touw raakt is af. Het spel gaat door totdat er nog maar één speler over is.

Bekende liedjes die bij het touwtjespringen horen

  • Eén, twee, kopje thee. Drie, vier, glaasje bier. Vijf, zes, kurk op de fles.
    Zeven, acht, soldaat op wacht. Negen, tien, nooit meer gezien.
  • In spin de bocht gaat in
    Uit spuit de bocht gaat uit
  • Beertje, beertje was je handen (dit liedje wordt tijdens het springen uitgebeeld!) Beertje, beertje poets je tanden. Beertje, beertje draai eens rond. Beertje, beertje raak de grond. Beertje, beertje pluim op je hoed. Beertje, beertje staat je goed!
  • Rode bessen lust ik graag, zwarte nog veel liever. Meisjes kussen doe ik graag. Maar jongens nog veel liever. Weet je wie ik tegenkwam
    (naam van een speler) met een jongeman. Ik zou wel willen weten
    Hoe die man dan heette (speler die springt, verzint een naam en springt uit) de volgende is dan aan de beurt.

Veiligheid
Zorg dat er voldoende ruimte is om het springtouw te draaien en dat er geen waardevolle spullen in de buurt staan waar
gesprongen wordt!

Let op dat bij het draaien van het touw niemand zich bezeert.
Vooral bij het in-en uitspringen. Houd rekening met elkaar!